Advies MAP7 deel 1

advies op vraag
Vlaams minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme
Zuhal Demir

In dit eerste deeladvies over MAP7 biedt de SALV een algemene appreciatie over MAP6 (onder meer wat beleidsvoorbereiding, timing en uitrol betreft) en beloftevolle verbeteringen om binnen MAP7 te integreren. De adviesraad erkent de grote doelafstand ten opzichte van de geformuleerde doelstelling inzake waterkwaliteit. De raad vraagt om de sociaal-economische kost in te schatten van het al dan niet behalen van de waterkwaliteitsdoelen, van de maatregelen die de landbouwsector neemt en van de impact op Europese en internationale competitiviteit en landbouwinkomensvorming.

De SALV wijst ook op externe factoren die buiten het ingrijpvermogen van de boer liggen (omgevingsfactoren, condities van de ondergrond, andere activiteiten in het buitengebied, andere gebruikers van meststoffen) en vraagt om de boer af te rekenen op die aspecten waar hij/zij vat op heeft. Een evaluatie van het huidige MAP-meetnet is nodig zodat een MAP7 kan ingaan met een meetnet dat niet ter discussie staat. Hiervoor is structureel overleg met VMM aan de orde.

Er zijn beloftevolle verbeteringen richting MAP7 op te merken. Gelet op de diversiteit aan landbouwbedrijfsmodellen meent de SALV dat hiervoor een gedifferentieerde aanpak binnen het mestbeleid nodig is. Verbeteringen situeren zich op het vlak van:

  • Samenwerking tussen boeren onderling en tussen boeren en afnemers met het oog op ruimere teeltrotaties.
  • Een verdere stimulans voor goede landbouwpraktijken. Hier vraagt de adviesraad onder meer om kalenderlandbouw te vermijden onder voorwaarde van gunstige resultaten, om te sensibiliseren en in te zetten op onderzoek naar preciezere bemestingstechnieken en traagwerkende meststoffen, om mogelijke kennisdrempels weg te werken …
  • Stimulering van circulariteit binnen het mestbeleid in functie van verduurzaming op verschillende milieuparameters. De raad bepleit onder andere een derogatie voor herwonnen meststoffen uit dierlijke mest als kunstmestvervanger. Op dit punt formuleert Natuurpunt/BBL een minderheidsstandpunt.
  • Bevordering van maatregelen die de bodemvruchtbaarheid verbeteren. De adviesraad vraagt om voor beleidscoherentie te zorgen wat koolstofopbouw betreft met win-wins richting mestbeleid.

Wat de rol betreft van bufferstroken en van het onderdeel van erosiebeleid gericht op landbouw, zijn de meningen binnen de SALV verdeeld.

De SALV vraagt ook om een tijdige goedkeuring van MAP7 te koppelen aan een tijdige aanvraag voor derogatie bij de Europese Commissie omtrent de voorwaardelijke mogelijkheid tot toediening van dierlijke mest boven de generieke norm van 170 kg stikstof uit dierlijke mest per hectare binnen de totale bemestingsnormen voor fosfaat en werkzame stikstof. Hier formuleert Natuurpunt/BBL een minderheidsstandpunt bij.

De SALV benadert de adviesvraag over MAP7 in twee deeladviezen die als één geheel te beschouwen zijn. In het volgende, tweede deeladvies bekijkt de SALV het Vlaamse beleid (onder meer MAP7) vanuit een bredere scope en schetst de raad contouren voor een veelsporige, structurele aanpak met het oog op de verderzetting van de transitie naar een integraal duurzaam landbouwsysteem.