Advies Actieplan Voedselverlies en Biomassa(rest)stromen

advies op vraag
OVAM

Het actieplan kan toewerken naar een duurzamer beheer van voedselverlies en biomassa(rest)stromen. Zo appreciëren de SALV en de Minaraad in algemene termen het actieplan dat OVAM heeft opgemaakt. Daarnaast formuleren de raden enkele algemene en specifieke aanbevelingen.

Het actieplan heeft een breed en participatief traject afgelegd. De scope van het plan is ruim. Het plan bouwt immers voort op zowel de Ketenroadmap Voedselverlies 2015-2020 als het actieplan duurzaam beheer van biomassa(rest)stromen 2015-2020. Daarnaast sluit het actieplan aan bij Europese (onder meer het Actieplan Circulaire Economie en de Green Deal)en Vlaamse beleidslijnen (onder meer Transitie Circulaire Economie, geïntegreerd Vlaams voedselbeleid). De ruime scope maakt het onvermijdelijk dat ambities ten aanzien van aangrenzend beleid worden geformuleerd. De voorwaarde daarbij is dat de plandoelstellingen helder zijn net als het samenwerkingsproces.

Het ontwerpplan wil drie biomassastromen meer circulair krijgen:

  1. Voedselverlies en voedselreststromen van producent tot consument
  2. Biomassa(rest)stromen uit groen-, natuur-, bos- en landschapsbeheer
  3. Houtafval van industrie en huishoudens

Het wil dit bereiken door binnen elk van deze stromen in te zetten op drie krachtlijnen:

  1. Meer preventie en minder verlies
  2. Beter sorteren en inzamelen
  3. Meer hoogwaardige valorisatie

Het is belangrijk om een langetermijnpad voor ogen te houden voor het zo beperkt en zo hoogwaardig mogelijk inzetten van duurzame biomassa. De klemtoon op preventie doorheen de acties dient beter tot uitdrukking te komen. Biodiversiteit moet als aandachtspunt worden toegevoegd en de natuurreflex dient doorheen het plan beter verankerd te worden. Structurele digitale (perceels)monitoring en de inschatting van de uitdagingen en de effecten vormen aandachtspunten.

De begrippen en definities over voedselverlies verschillen tussen Europa en Vlaanderen. De raden vragen hier duidelijkheid over. Hoewel Vlaanderen zijn redenen heeft om eigen definities op te maken (om verliezen te beperken en nevenstromen te valoriseren) moet het behalen van de EU-doelstellingen prioriteit kennen.

De productie van gerecupereerde grond- en meststoffen kan bijdragen aan een verhoogde nutriëntencirculariteit, mits aan enkele sluitende voorwaarden is voldaan (cf. toepassingscriteria, mestdecreet). Zij biedt ook kansen voor alternatieve eiwit- en andere afgeleide grondstoffenproductie. Vlaanderen moet de Europese beleidsinitiatieven hierrond nauwgezet opvolgen en snel schakelen wanneer een vertaling naar Vlaamse regelgeving zich aandient.

De raden pleiten om de beoogde stimulans voor boerderijcompostering te behouden en aldus een aangepast juridisch kader voor kwaliteitsopvolging te ontwikkelen met een minimum aan administratieve lasten.

De raden wijzen ook op de koppeling van het actieplan met het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) 2021-2027. De Minaraad en de SALV adviseerden over de ontwerp-GLB-strategieal in 2019. De SALV pleitte in functie van verdienmodellen voor een integrale kijk op de zorg voor bodem, water, biodiversiteit en landschappen. De Minaraad wees erop dat de GLB-strategie in zijn SWOT-analyse en behoeftebeoordeling voor milieudoelen hoort te verwijzen naar de klimaat-, milieu- en natuurplannen in uitvoering van Europese milieurichtlijnen. Over de concrete koppeling tussen het actieplan en het GLB geraakten de raadsorganisaties het niet eens.

Samenwerking met
Minaraad